Zendingscommissie








Evangelisatie is ons leven

Lieve vrienden, broeders en zusters, vrede zij met u. Door Gods genade hebben wij van jaar tot jaar rond Tajmyr en in het noorden van Jakutien gediend.
Evangeliseren is een onderdeel van ons leven. Daarom is mijn hart met gedachten vervuld hoe het in het komende jaar zal gaan.
De opwinding heeft ook het einde der aarde bereikt. ‘Pandemie’ … Een maand geleden verbood de overheid alle reisverkeer. Dat betekent dat men niet de stad uit mag.
Wat gaat er gebeuren? Wat moeten we? Er waren juist vrienden met een muziekgroep gekomen om te helpen en nu zijn we in zo’n moeilijke situatie. Ik heb aan iedere broeder en zuster van de groep gevraagd: ‘Wat doen we nu?’
Sommigen wilden bij ons blijven zolang het nodig is, anderen wilden terug naar huis. Als een deel naar huis zou gaan, konden we onze muzikale activiteiten niet uitvoeren. Als we allen zouden doorgaan, zou dat goed zijn voor de wereld?
Als we allen zouden stoppen, zou dat goed zijn voor God? Ik was onzeker en had veel vragen. De broeders hadden verschillende voorstellen. Ik bad en vroeg God om duidelijkheid.

Na het gebed las ik Jesaja 32. Vanaf de eerste verzen gaf God mij hoop en vertrouwen op de Koning der koningen. Na het lezen van vers 20 wist ik hoe ik verder moest:
‘Welgelukzalig zijt gijlieden, die aan alle wateren zaait; gij, die den voet des ossen en des ezels derwaarts heenzendt!’. Door deze woorden had de Heere mijn geest bemoedigd en mij aangespoord verder te gaan.
Ik las dit vers voor aan mijn de vrienden. Zij werden ook bemoedigd. Tegelijk ontstond de vraag: Wie is een ‘os’ en wie een ‘ezel’? Het zijn natuurlijk geen aangename vergelijkingen. Maar uit de geschiedenis kennen we de belangrijke rol van deze dieren in het leven van mensen. In de Schrift lezen we dat de ossen vaak voor het ploegen van de aarde gebruikt worden: - in 1 Kon.19:19: ‘Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde.’ - in1 Tim.5:18: Ze worden bij het dorsen gebruikt. Want de Schrift zegt: ‘Een dorsende os zult gij niet muilbanden.’ - in Matth. 21:5: Ook als lastdieren, in staat om zware lasten te dragen. Ezels werden ook als werkdier ingezet. Robuuste ezels hebben veel arbeid verricht bij het transport van mensen en goederen en hebben niet veel ‘onderhoud’ nodig. Jezus Christus is op een ezel Jeruzalem binnengegaan: ‘Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.’ Helaas wordt het in deze tijd steeds moeilijker mensen te vinden die bereid zijn lasten te dragen. Zelden vindt men iemand die het ermee eens is om de last van verantwoording te dragen. Met hulp van zulke mensen worden in onze gemeente hoofdzakelijk de arbeid en de dienst verricht. Lang niet iedere familie of gemeente is bereid zich voor de dienst in andere plaatsen te laten uitzenden, waar ze zo dringend nodig zijn. Moge de lieve God ons allen zegenen en ons bereid maken de zegen en de zaligheid aan te nemen. ‘Welgelukzalig zijt gijlieden, die aan alle wateren zaait; gij, die den voet des ossen en des ezels derwaarts heenzendt!’