Orgel

Het orgel in het nieuwe kerkgebouw

In 1982 werd het door de orgelbouwers Hendriksen en Reitsma (H&R) nieuwgebouwde orgel in gebruik genomen in de kort daarvoor verbouwde kerkzaal van het oude kerkgebouw aan de Kerkbuurt. Op zaterdag 3 juni 2023 werd het nieuwe kerkgebouw, op dezelfde locatie, feestelijk in gebruik genomen

Het H&R-orgel was na demontage in het oude gebouw, groot-onderhoud en schilderwerk, door orgelmakerij Boogaard op dat moment al opgebouwd in de nieuwe kerkzaal, maar kon nog niet worden gebruikt. Ter overbrugging was een elektronisch orgel geplaatst. Na enige maanden van intonatiewerkzaamheden is vervolgens het orgel op 17 november 2023 officieel in gebruik genomen, waarbij onze pastorale medewerker L. Voorthuijzen mediteerde uit Psalm 100, en de heer Den Engelsman (als één van de adviseurs namens de V.O.G.G.) het orgel uitgebreid liet horen met orgelliteratuur uit diverse stijlperioden.

Sinds 1982 beschikt onze gemeente aldus over een kwalitatief hoogwaardig pijporgel. Het orgel heeft 39 registers die verdeeld zijn over drie klavieren en pedaal. Het instrument voldoet in alle opzichten aan zijn primaire taak: de begeleiding van de gemeentezang. In artistiek opzicht bieden zowel de dispositie als de intonatie van het orgel vele mogelijkheden voor vertolking van muziek uit diverse stijlperiodes, en met het in een zwelkast opgestelde bovenwerk (met daarin intieme fluiten, warme strijkers en o.a. een fraaie Hobo) ook voor veel orgelliteratuur uit de Franse romantiek.

Bij de bouw van de nieuwe kerk is er rekening gehouden met de akoestische vereisten om tot een goede mix van gesproken woord en muziek te komen. Ten opzichte van het oude kerkgebouw (waar het qua akoestiek niet slechter kon) staat het orgel nu in een goed klinkende zaal, waar het geluid op alle plaatsen goed is te horen. Dit gaf dan ook de mogelijkheid om met verlaging van de winddruk het oorspronkelijk luid klinkende orgel een milder karakter te geven. Orgelbouwer Ide Boogaard is erin geslaagd om met subtiele ingrepen in het pijpwerk een zeer fraai en breed klinkend instrument neer te zetten met prachtige fluitregisters, karaktervolle tongwerken en een briljant plenum. Vermeldenswaardig is dat de -tijdens de bouw in 1982 wegens ruimtegebrek weggelaten- 12 grootste pijpen van de Bourdon in het hoofdwerk zijn aangevuld, waarmee de draagkracht van het instrument belangrijk is vergroot. Het totaal aantal sprekende orgelpijpen is daarmee op 2453 gekomen. De beide tremulanten zijn vernieuwd, waarbij de zogenaamde (reeds bestaande) Muette-registerknop de tremulant in het rugwerk een extra effect geeft, en daarmee ook doorwerkt in het hoofdwerk. Hiermee kan dan bijvoorbeeld met de Cornet een prachtige zangerige uitkomende stem worden gedisponeerd. Er zijn dus veel winstpunten ten opzichte van de oude situatie.

Ook is vermeldenswaardig dat de oorspronkelijk donkerbruine kas is gezandstraald en vervolgens wit geverfd. Vanuit de kerkzaal is de houtnerf daarmee zichtbaar gebleven, wat een mooi levendig effect geeft. Het lofwerk is door eigen vrijwilligers op een subtiele wijze van goudverf voorzien.

De dispositie van ons orgel is als volgt:
Pedaal (C-f1) Hoofdwerk (C-f3) Rugwerk (C-f3) Bovenwerk (C-f3) Speelhulpen
Prestant 16' Bourdon 16'  (af c0) Prestant 8' (af ais groot) Gedekt 8' Koppel pedaal/hoofdwerk
Subbas 16' Prestant 8' Holpijp 8' Viola di Gamba 8' Koppel pedaal/rugwerk
Octaaf 8' Roerfluit 8' Quintadena 8' Vox Celeste 8' (af c0) Koppel pedaal/bovenwerk
Gedekt 8' Octaaf 4' Octaaf 4' Roerfluit 4' Koppel hoofdwerk/rugwerk
Octaaf 4' Speelfluit 4' Ged. Fluit 4' Nasard 2 2/3' Koppel hoofdwerk/bovenwerk
Ruispijp IV st. Quint 2 2/3' Octaaf 2' Gemshoorn 2' Tremulant rugwerk
Bazuin 16' Octaaf 2' Nasard 1 1/3' Flageolet 1' Tremulant bovenwerk
Trompet 8' Cornet V st. (af a0) Sesquialter II st. Hobo 8' Muette schokbalg rugwerk
Klaroen 4' Mixtuur IV-VI st. Scherp III st. Vox Humana 8'
  Fagot 16' Dulciaan 8'  
  Trompet 8'    

Ons fraaie, karaktervolle instrument met haar uitgebreide dispositie en de daarmee vele registratiemogelijkheden is een ware inspiratiebron voor de organisten. In de eredienst worden de vele mogelijkheden op een passende wijze benut. In de gemeente wordt bovendien goed gezongen. Wij hopen en bidden dat de Heere het ons geeft tot in lengte van jaren als gemeente te mogen samenkomen. Tijdens de dienst die in 1982 werd gehouden ter gelegenheid van de ingebruikname van dit orgel werd gemediteerd over Psalm 33: 3b, 4 en 5. Tot besluit van dit hoofdstuk hieronder de berijmde versie van vers 2 uit deze Psalm.

Roemt nu met nieuwe lofgezangen
De nieuwe blijken van Zijn gunst;
Het speeltuig moet dien toon vervangen;
Heft vrolijk aan, wijdt Hem uw kunst.
Alles moet Hem eren;
Want het woord des HEEREN,
't Richtsnoer Zijner daân,
Is volmaakt rechtvaardig,
Al onz' achting waardig;
Eeuwig zal 't bestaan.

Geschiedenis van de orgels

Het eerste orgel
In 1894, het jaar dat onze huidige gemeente ontstond, verhuisde de gemeente naar een nieuw kerkgebouw met 500 zitplaatsen. Eind 1903 was er voor het eerst sprake van de bouw van een kerkorgel door orgelmaker P.C. Bik uit Leiden. Het werd op donderdagavond 2 november 1905 in gebruik genomen. Van dit (mechanische) orgel is alleen nog bekend dat het 12 stemmen had, verdeeld over twee klavieren en pedaal. Het orgel had volgens overlevering een mooie klank en een prachtig front, maar in 1929 verkeerde het orgel in een slechte staat. 

1931-1962, het Dekker-orgel
In 1931 werd er dan ook besloten om een nieuw orgel aan te kopen bij de orgelbouwer A.S.J. Dekker uit Goes. Dit was een pneumatisch orgel met één klavier en pedaal. De windvoorziening was nu voor het eerst elektrisch, wat betekende dat er geen orgeltrappers meer nodig waren. Wegens uitbreiding van het aantal gemeenteleden werd in 1935 het huidige kerkgebouw aangekocht, waarin toen 750 zitplaatsen waren. Het Dekker-orgel werd overgeplaatst. In 1942 werd vanwege de groei van de gemeente de kerkzaal uitgebreid met zijgalerijen. Op dat moment waren er ca. 1000 doop- en belijdende leden. Twintig jaar later, in 1962, moest het kerkgebouw met uitbreiding in het achterportaal opnieuw vergroot worden, waarbij er ruimte kwam voor totaal 1200 zitplaatsen. Hoewel het kerkgebouw in de loop der jaren dus tweemaal vergroot werd, bleef het inmiddels dertig jaar oude Dekker-orgel ongewijzigd. Ook de kwaliteit van dit orgel werd minder en was er behoefte aan een groter orgel met meer draagkracht.

1965-1979, het orgel van Fonteyn en Gaal
In 1962 werd er begonnen met de bouw van een opnieuw Electro-pneumatisch orgel, dit keer door orgelbouwers Fonteyn en Gaal uit Amsterdam. Dit orgel kwam in 1964 gereed en werd op 25 januari 1965 officieel aan de kerkenraad overgedragen. In de tijd dat het orgel in ons kerkgebouw stond zijn er diverse kleine wijzigingen aan de dispositie doorgevoerd. Het orgel beschikte uiteindelijk over 28 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal en werd opgesteld in een diepe nis boven de kansel. De speeltafel werd op de zijgalerij geplaatst. Na vergroting van het kerkgebouw in 1972 tot ca. 1500 zitplaatsen werd in 1978 besloten tot nieuwbouw van het zalencomplex achter de kerk. In dit plan moest het orgel wijken voor de grote bovenzaal. Verplaatsing van het in de nis gebouwde orgel was zonder grote aanpassingen echter niet mogelijk. Bovendien was de draagkracht van het instrument beperkt. Het orgel werd daarom verkocht aan de Christelijke Gereformeerde Eben Haëzerkerk in Utrecht-Noord. Het heeft daar tot 1996 dienst gedaan en is tegenwoordig te vinden in de Christelijke Gereformeerde Maranathakerk in 's Gravenzande. In onze gemeente werd er tijdens de erediensten tijdelijk gebruik gemaakt van een elektronisch orgel, wat na de ingebruikname van het nieuwe orgel in 1982 nog jaren dienst heeft gedaan in de zalen.

1982-heden, Hendriksen en Reitsma


Op 1 augustus 1979 werd aan de orgelbouwers Hendriksen en Reitsma te Nunspeet opdracht gegeven voor de bouw van een nieuw orgel volgens de klassieke orgelbouwmethode, d.w.z. dat de verbinding tussen toets en ventiel, en evenzo tussen registerknop en de sleep in de windlade mechanisch verloopt. Aanvankelijk werd hierbij uitgegaan van 30 stemmen verdeeld over 2 klavieren en pedaal, waarbij een uitbreiding mogelijk was met een derde klavier met 8 extra stemmen. Gezien de opbrengst van de collecten werd op 12 januari 1981 besloten om de orgelbouwers de uitbreiding direct te laten realiseren. Hendriksen en Reitsma schonken een extra stem in de vorm van een Flageolet 1 ' in het Bovenwerk, waarmee het totaal aantal zelfstandige registers uiteindelijk op 39 is gekomen. Helaas konden hierdoor wegens ruimtegebrek de 12 grootste pijpen van de Bourdon in het Hoofdwerk niet worden gerealiseerd. Het orgel, dat door het Reformatorisch Dagblad betiteld werd als een “Monumentaal orgel met uitstekende vormgeving”, telde daarmee 2441 sprekende orgelpijpen. De heer J. Zwanepol uit Kampen werd door de kerkenraad benoemd als adviseur bij de bouw en -met het oog op de ongunstige akoestiek- bij het realiseren van een zo goed mogelijk klinkend instrument.

Gedurende de jaren die volgden hebben de ontwikkelingen rondom het orgel niet stilgestaan. Hoge luchtvochtigheid in het gebouw leidde ertoe dat in 2004 reparaties nodig waren aan de (loden) koppen en de stevels van de tongwerken. In 2015 zijn de labia van de frontpijpen verguld, omdat de koperverf op de labia groen ging verkleuren. Met betrekking tot de verslechterende staat van het kerkgebouw speelde al langer de vraag hoe we als gemeente verder moesten gaan met het gebouw. Omdat na 2015 steeds duidelijker werd dat een grote renovatie van het kerkgebouw niet het gewenste resultaat zou geven in het pakket van eisen, is definitief de weg ingeslagen naar nieuwbouw. Wat het orgel betreft hebben we ingestoken op de eenmalige kans om het orgel op belangrijke punten te verbeteren. Zo mocht het orgel visueel niet meer -zoals in het oude gebouw- de tamelijk nadrukkelijke positie in het liturgische centrum hebben. Er is scherp gelet op de beoogde akoestische eigenschappen van het nieuwe gebouw. Voor herbouw en intonatie werd gekozen voor een ervaren orgelbouwer waarvan meerdere orgels beoordeeld zijn, en die achter het concept van dit Hendriksen en Reitsma orgel stond.

Dit orgel functioneert nu naar volle tevredenheid in het nieuwe gebouw. We mogen concluderen met het fraaie Hendriksen en Reitsma/Boogaard orgel een kwalitatief hoogwaardig orgel in het bezit te hebben.



Criteria voor benoembare organisten Bethelkerk Sliedrecht

1. Een gedegen muzikale opleiding gevolgd hebben of nog volgen. Een organist moet bijv. iedere psalm a prima vista uit een koraalboek kunnen spelen.
2. In staat zijn om gemeentezang te begeleiden. Dat betekent in de praktijk: leiding geven aan de samenzang.
3. Als organist zich dienend willen opstellen. Het orgelspel vindt plaats in een eredienst en sluit zich aan bij de prediking.
4. Dooplid / belijdend lid zijn van CGK Sliedrecht Bethel. Belangstellenden van buiten de eigen gemeente kunnen niet solliciteren.
5. Bekwaamheid in het registreren. Enige bekwaamheid in (eenvoudig) improviseren wordt aanbevolen.
6. Het orgelspel ten allen tijde aanpassen aan de woorden van de gezongen psalmen. Dit aspect vereist, naast technische vaardigheden, invoelingsvermogen.
7. Zich verbinden aan de traditie binnen onze kerkelijke gemeente. Anders gezegd: het orgelspel sluit zich aan bij de manier van spelen die hier gangbaar is.